Vergrijzing, samen worden we ouder
Elke maand schrijft een raadslid of wethouder van Gemeentebelangen Noordenveld over wat hem of haar bezighoudt. Dit keer staat raadslid Roelof Blomsma stil bij vergrijzing en de vraag hoe we in Noordenveld samen ouder worden.
Een poos geleden las ik, bijna 65 jaar, maar mij beslist niet oud voelend, een artikel van de voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS), Jet Bussemaker. Het ging over het samenlevingsvraagstuk ‘vergrijzing’. Dat zette mij aan het denken. Zitten in dit vraagstuk nog punten die wij in Noordenveld zouden kunnen verbeteren? Het aandeel 65-plussers in onze gemeente is nu al zo’n 29,1%, best hoog dus. Verbeterpunten zijn er altijd, dus ook vast hierbij. Maar welke zijn dit? Mogelijkheden, voorkeuren en wensen zijn divers en we leven in een landelijk gebied, wat qua zorg en mobiliteit extra uitdagingen met zich brengt.
Het debat over dit vraagstuk is natuurlijk niet nieuw. Jammer dat het nog te vaak wordt benaderd als een afgebakend probleem voor de zorgsector. Daar geeft het rapport ‘Het Rimpeleffect’ van de RVS een heel andere kijk op. Het gaat, aldus dit rapport, beslist niet alleen om stijgende zorgkosten, personeelstekorten en een toenemende vraag naar verpleeghuisplaatsen. Dit miskent de complexiteit van dit vraagstuk met brede maatschappelijke impact. Het raakt vele van de domeinen van onze samenleving: wonen, werken, onderwijs, mobiliteit, welzijn, vrijwilligers en de manier waarop we samenleven.
Vergrijzing is meer dan een demografisch gegeven
Mensen worden steeds ouder. Waar de gemiddelde leeftijd in 1970 nog op 70 jaar lag, ligt deze nu op 80 jaar. Het aantal ouderen neemt verhoudingsgewijs toe ten opzichte van het aantal mensen in de ‘werkende’ leeftijd. Dit ondanks het opschuiven van de AOW-leeftijd. Vaak wordt hiernaar gekeken als een probleem dat ons ‘overkomt’. Maar dat is natuurlijk onzin. Dit gegeven, mede door het succes van betere gezondheid, hogere welvaart en verbeterde leefomstandigheden, zagen we al jaren aankomen. Helaas ontbrak het steeds aan een goed antwoord hierop. De komende decennia (verwachting is tot 2040) zet deze ‘scheefgroei’ in leeftijdsopbouw verder door.
Doordat, als gezegd, het maatschappelijk vraagstuk vergrijzing niet op zich staat, zal een beleid ingreep op de ene plek, vaak onbedoeld, beweging elders veroorzaken.
Neem bijvoorbeeld wonen. Veel ouderen wonen in eengezinswoningen die niet zijn aangepast op ouder worden. Zij blijven, regelmatig aangemoedigd door bijvoorbeeld WMO mogelijkheden, verzilverleningen voor aanpassing van de woning, of vanwege een tekort aan passende woningen, langer wonen op hun oude stekkie. De doorstroming stokt, starters en jonge gezinnen vinden geen woning en de druk op de woningmarkt neemt toe. Tegelijkertijd vergroot ongeschikt wonen de kans op bijvoorbeeld afhankelijkheid, gezondheidsproblemen, eenzaamheid en zorggebruik bij ouderen.
Een ander voorbeeld; de arbeidsmarkt. Er is sprake van een krimpende beroepsbevolking, mede voelbaar in de zorg. Hierbij verwachten we dat de kleiner wordende groep werkenden steeds meer zorgtaken op zich neemt, zowel professioneel als informeel in de mantelzorg. Als we niet uitkijken leidt dit tot overbelasting, hogere uitval en uiteindelijk extra druk op het zorgsysteem met als gevolg langere wachttijden of verschraling van benodigde zorg.
De tekst gaat onder de foto verder.

Zorg, welzijn en samenleven
Gezondheid en welbevinden ontstaat niet in een spreekkamer, maar in het dagelijks leven. In sociale netwerken, in de wijk. Met het ouder worden van de samenleving is het des te belangrijker om hier aandacht voor te hebben en met elkaar op te investeren. Immers als we langer zelfstandig wonen, maar het sociale netwerk kleiner wordt, ligt eenzaamheid op de loer met negatieve effecten op zorggebruik en (geestelijke) gezondheid. Iedereen moet, als het maar enigszins kan, op een plezierige, waardige wijze oud kunnen worden en genieten van die periode van het leven.
Bezuinigen op welzijnswerk, sportfaciliteiten en ontmoetingsplekken lijken soms erg aantrekkelijk in financieel krappe tijden, maar kent zijn weerslag op effecten daarna, hogere zorgkosten en minder veerkrachtige gemeenschappen. Ik ben in deze context blij dat we onlangs besloten hebben te investeren in een nieuw doelgroepen zwembad De Hullen. Ook zie ik op dit onderwerp in de ‘Sociale Agenda Nij Begun’ mogelijkheden om hiervoor goede dingen te kunnen doen. Denk aan realisatie van meer ontmoetingsplekken, dorpsondersteuners en opbouwwerkers.
De RVS is duidelijk, we moeten dit maatschappelijke vraagstuk tegemoet treden door te gaan denken en acteren vanuit samenhang. Beleid voor ouderen hoort niet alleen bij VWS maar net zo goed bij BZ (wonen), Sociale Zaken (arbeid en inkomen) en Onderwijs (lang ontwikkelen). Ook vraagt het om een ander gesprek over verantwoordelijkheid. Niet alles kan en hoeft professioneel geregeld te worden, maar het is evenmin realistisch meer te leunen op mantelzorg, vrijwillige inzet zonder daarvoor voorwaarden te scheppen. Let wel, informele zorg floreert alleen zonder dwang en in wijken waar mensen elkaar kennen, waar tijd en ruimte is om voor elkaar te zorgen en waar ondersteuning beschikbaar is als het nodig is.
Vergrijzing biedt zeker kansen. Ouderen beschikken over kennis, ervaring en tijd. We zien dat er in Noordenveld al heel veel vrijwilligerswerk gedaan wordt door een actieve 65+ groep. Dit op bijvoorbeeld sociaal-, cultureel-, maatschappelijk- en zorg vlak. De groep wordt groter en steeds vitaler ouder. Als we erin slagen dit potentieel nog beter te betrekken bij de samenleving, bijvoorbeeld via dit vrijwilligerswerk, intergenerationele woonvormen, flexibel doorwerken of op welke wijze dan ook, ontstaan sterkere sociale netwerken. De solidariteit tussen generaties zal toenemen, “afhankelijkheid” neemt af, eenzaamheid wordt teruggedrongen, het gevoel van ‘ertoe doen’ versterkt en zal meer ‘plezier aan leven’ geven.
Ondanks dat we het Sociaal Domein in Noordenveld goed op orde hebben is er wat dit vraagstuk betreft zeker nog winst te halen. Daar wil ik voor gaan. Als wij voorbij de korte termijn durven te kijken naar de verbondenheid, de domeinen loslaten en in onderlinge samenhang zoeken naar de mogelijkheden van dit maatschappelijke vraagstuk, worden nieuwe kansen zichtbaar. Deze gaan ons helpen bouwen aan onze ouder wordende samenleving om deze veerkrachtiger, inclusiever en met meer sociale verbinding te maken!
Vier jaar inzet voor Noordenveld – een persoonlijke terugblik en een nieuwe stap richting 2026

In maart 2022 begon mijn raadsperiode namens Gemeentebelangen Noordenveld. Nu, bijna vier jaar later, is het moment aangebroken om terug te kijken op een intensieve, leerzame en betrokken periode waarin ik me met volle overtuiging heb ingezet voor onze gemeente. Tegelijkertijd kijk ik vooruit: in maart 2026 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen, en ik stel me opnieuw verkiesbaar – dit keer op plek 10 van de kandidatenlijst van Gemeentebelangen.
Verantwoordelijkheid in betekenisvolle portefeuilles
Gedurende deze raadsperiode heb ik me met name beziggehouden met de portefeuilles Ruimtelijke Ordening (RO), dorpskernen, het Dorpenfonds, en sport en sportaccommodaties. Elk van deze thema’s raakt direct aan de leefbaarheid en vitaliteit van onze dorpen – en dus aan het welzijn van onze inwoners.




